Omgaan met je kinderen

Alle ouders hebben het beste met hun kind voor. Als je als ouder last krijgt van psychische klachten kan het echter soms best lastig zijn om dit elke dag uit te dragen zoals jij wilt. Dat kan komen door bijvoorbeeld een gebrek aan energie of omdat de klachten teveel van je aandacht opeisen. Ook gebeurt het vaak dat je als ouder met psychische klachten met vragen en onzekerheden zit. Deze tien praktische tips kunnen jou daarbij als ouder helpen.

1. Vertel wat er aan de hand is 
Je kind merkt in de meeste gevallen dat er ‘iets’ is. Je kan dus ook maar beter vertellen wat er precies aan de hand is. Je kunt er zelf over beginnen, of wachten tot je kind ernaar vraagt. Sommige kinderen vinden het niet prettig om echt te gaan zitten voor een gesprek. Ze willen wel praten, maar willen liever dat het minder direct gebeurt. Praat er dan bijvoorbeeld over tijdens het afwassen of wanneer je een rondje wandelt. Daardoor hoeven jij en je kind elkaar ook niet continu aan te kijken, wat kinderen erg kan helpen om zich op hun gemak te voelen en vrij te kunnen praten.

2. Wees eerlijk in je uitleg
Vertel in je eigen woorden wat er aan de hand is. Je hoeft geen moeilijke woorden te gebruiken of heel gedetailleerd in te gaan op alles. Als je het moeilijk vind om de woorden te vinden kan het ook helpen om met een ander (zoals een vriend of je hulpverlener) te oefenen op wat jij wilt vertellen. Vraag voor de zekerheid af en toe of je kind begrijpt wat je verteld hebt. Wees ook eerlijk als je kind vragen stelt waarop je geen antwoord weet. Zeg dan gerust dat je het niet weet en kijk eventueel of je met je kind wel tot een geschikt antwoord kunt komen.

3. Luister naar je kind 
Als je vertelt wat er aan de hand is, vraag dan af en toe wat je kind ervan vindt. Luister dan ook echt goed naar wat ze je willen vertellen. Kinderen voelen zich prettiger als er goed naar ze wordt geluisterd en als ze begrepen worden. Praten met kinderen is immers vooral het luisteren naar kinderen.

4. Kijk naar je kind
Kinderen laten vaak met hun gedrag zien hoe het met hen gaat. Als ze in hun gedrag anders worden, kan dat een signaal zijn dat ze ergens mee zitten. Weer in bed plassen, spijbelen, of weglopen – dat zijn duidelijke signalen. Soms zijn de veranderingen in het gedrag niet zo duidelijk. Eventueel kan je aan de leerkracht of aan een goede vriendin vragen of zij signalen hebben opgemerkt.

5. Een vaste gang van zaken
Voor kinderen zorgt regelmaat voor rust en veiligheid. Als er problemen in een gezin zijn, geeft het kinderen een vertrouwd gevoel als sommige dingen gewoon doorgaan. Als ze gewoon huiswerk moeten maken, gewoon lid kunnen blijven van hun sportclub en ook gewoon andere leuke dingen kunnen blijven doen. Kijk dus hoe je de regelmaat voor je kind zo goed mogelijk kunt beschermen.

6. Betrek er anderen bij
Eis niet van jezelf dat je – als ouders – alles alleen moet kunnen. Schakel zo nodig anderen in: familieleden, buren, een leerkracht, andere ouders. Dat kan zijn om het gesprek aan te gaan maar ook voor wat hulp zoals het brengen en ophalen van je kind bij de sportclub. Ook je eigen hulpverlener kan je natuurlijk helpen met opvoedingsvragen waar je mee zit.

7. Laat de school iets weten
Informeer de school als jij of je partner wordt opgenomen. Of als het kind zo van slag is, dat het op school niet goed kan opletten. Als de leerkracht weet wat er aan de hand is, kan hij of zij je kind beter opvangen. Vertel je kind dat je de leerkracht hebt geïnformeerd.

8. Een vertrouwenspersoon voor uw kind
Vaak hebben kinderen behoefte om te praten met iemand anders: met een oom of tante, de buurvrouw, hun meester of juf. Soms wil je kind jou niet lastigvallen met vragen of vinden ze het moeilijk om rechtstreeks te bespreken. Wanneer je het goed vind dat je kind ook met anderen praat, laat dat dan merken aan je kind. Dit maakt voor je kind de grens waarschijnlijk lager om het gesprek op te zoeken.

9. (Preventief) aanbod voor kinderen
Praten met andere kinderen die hetzelfde hebben meegemaakt, dat lucht vaak op. Erover praten met anderen kan ook helpen te voorkomen dat je kind problemen krijgt. Er zijn diverse instellingen die preventieve activiteiten voor kinderen en jongeren worden organiseren. Vraag hiervoor jouw huisarts of hulpverlener om informatie, of bekijk hier de activiteiten die Arkin Jeugd & Gezin aanbiedt.

10. Laat merken dat je van je kind houdt
Welke problemen er ook zijn, voor jouw kind is één ding het belangrijkste: dat je van hem of haar houdt. Elke vader of moeder heeft een eigen manier om dat duidelijk te maken. Met een knuffel, een knipoog, of met lieve woordjes. Als dit belangrijkste maar duidelijk wordt gemaakt aan kinderen, elke dag opnieuw – dan kunnen ze heel wat aan!

Heb je wat gehad aan deze punten en wil je meer weten? Neem dan eens een kijkje op KopOpOuders.nl.

Bron: Zanden, R. van de (2003). Een knipoog, een knuffel. KIPIZIVERO-serie. Utrecht: Trimbos-instituut)